Alsof je tussen vrienden en familie zit
In de huiskamer van asielbuurtcentrum Pahud lijkt de sfeer altijd goed. Mensen uit de opvang én de buurt maken veel gebruik van deze plek. Ze leren er elkaar kennen, drinken koffie, spelen een spel. Regelmatig wordt er samen gegeten, muziek gemaakt. Soms worden er zorgen gedeeld, feestjes gevierd. Hoe is het gelukt de verbondenheid tot stand te brengen tussen mensen die soms zo van elkaar verschillen?
De sfeer is gemoedelijk in de huiskamer van asielbuurtcentrum Plan Einstein Pahud. Aan een grote eettafel spelen een Russische en een Syrische man samen schaak. Twee toeschouwers volgen het spel aandachtig. Aan de andere kant van de tafel eten drie vrouwen de laatste stukjes van pannenkoeken die overgebleven zijn na een bezoek van scholieren. De leerlingen hadden deze samen met bewoners van de opvang gebakken. In een zithoek verderop maken een paar mannen plezier met elkaar. Ze komen uit Eritrea, Soedan en Syrië. ‘Raam’, zegt de een hardop, terwijl hij naar het glas achter zich wijst. Ze zijn net naar een taalcafé geweest waar een vrijwilliger Nederlands met ze heeft geoefend.
Welkom voelen
Dagelijks komen er zo’n 40, 50 mensen naar de huiskamer. Ze wonen in het asielbuurtcentrum Pahud of elders in de wijk. Natuurlijk komen ze voor de koffie en de thee, maar veel belangrijker vinden de bezoekers de fijne, positieve sfeer en de goede ontvangst. Hoe wordt daarvoor gezorgd? We vragen het Hamist Habo. Zij werkt er drie dagen in de week als contactmedewerker van Welkom in Utrecht, net als haar collega Selamawit Damite. Vaak draaien er ook stagiairs mee, wier wortels liggen in Guinee, Turkije, Eritrea, Marokko en Syrië. Zij helpen mee contact te leggen met de bezoekers, door onder andere spelletjes te spelen met ze.
Hamist, van Syrische komaf, vertelt wat essentieel is voor haar functie: ‘Je moet dit werk altijd doen met energie, dat straalt af op andere mensen. Je moet laten voelen dat ze welkom zijn. Door mensen aan te spreken, altijd met een lach. Ik richt me op anderen en zet eigen zorgen aan de kant. Respect, dat is ook heel belangrijk. Voor moslims, Christenen, iedereen. Zo is iederéén na het vasten tijdens de ramadan welkom om mee te eten. Ook de mensen die niet vasten, nodig ik uit. Eigenlijk gebruik je de ramadan om samen te komen, om te verbinden,net als Pasen of een andere gelegenheid.’
Hamist richt zich tot Omar, een buurtbewoner die regelmatig langskomt en nu koffiedrinkt met een oudere man die in de opvang woont. ‘Waarom kom jij hier?’ vraagt Hamist hem. ‘Het is hier gezellig is’, antwoordt Omar. ‘Je kunt hier altijd met mensen praten. En jullie van Welkom in Utrecht zijn altijd zo aardig en geïnteresseerd. Toen ik hier een tijdje niet was geweest, vroegen jullie waar ik was.’ De oudere man vult aan: ‘Het voelt alsof je hier tussen familie en vrienden zit. De mensen proberen je ook echt te helpen als je met een vraag zit.’
Hamist: ‘Dat klopt, we luisteren echt naar de mensen, nemen daar de tijd voor. Als iemand ergens zorgen over heeft, proberen we diegene gerust te stellen. Vaak verwijzen we naar andere organisaties. En eigenlijk is het niet ons werk, maar vaak helpen we ook als iemand het moeilijk vindt om bijvoorbeeld een afspraak met een school te maken.’
Saamhorigheid
Dan komt Yousef binnen, een blinde jongeman uit Irak. Sinds twee weken woont hij in asielbuurtcentrum Pahud. Eigenlijk leek deze locatie niet geschikt voor hem, omdat de bewoners hier zelf moeten koken en hij dat niet goed kan vanwege zijn beperking. Daarom zou Yousef in eerste instantie weer moeten verhuizen naar een andere locatie. Maar het liep anders.
Kamergenoten namen hem meteen al de eerste dag mee naar de huiskamer. Yousef vond er de verwelkoming en saamhorigheid er heel prettig en voelde de saamhorigheid. Hij had er leuke gesprekken met andere bezoekers en met de medewerkers van Welkom in Utrecht. Al snel ontstond het idee dat een groep bewoners uit het asielbuurtcentrum er gezamenlijk voor zou gaan zorgen dat hij dagelijks goed zou kunnen eten. Om beurten koken ze nu voor hem en Yousef wil nu graag in de opvanglocatie blijven wonen.
Hard werken
Gaat dan echt altijd goed in de huiskamer? Nee, natuurlijk niet. Maar in de anderhalf jaar dat de huiskamer er is, zijn de incidenten, zoals mensen die boos worden op medewerkers, op één hand te tellen. En ja, kinderen komen soms stiekem tinnetjes koffiemelk drinken of laten rommel achter. Ook is er een dementerende buurtbewoner die regelmatig kopjes mee naar huis neemt. Het is de kunst er ook voor hen te zijn. ‘Het ziet er misschien niet zo uit, maar het is hard werken en je moet alles en iedereen continu in de gaten houden’, zegt Hamist. ‘Vooral om mensen te betrekken, zich gezien te laten voelen.’
Dan komt Daniel binnen. Hij schudt handen met iedereen en masseert even de schouders van de oudere man. Ze hebben een tijd in dezelfde kamer gewoond, maar Daniel heeft inmiddels een verblijfsvergunning en een eigen woning elders in de stad. Wat brengt deze vrolijke verschijning nu nog naar de huiskamer? ‘Ik help altijd mee op de muziekavond van Musicaz. Het is hier leuk, en ik breng mensen graag in contact met elkaar.’ Dat blijkt. Daniel heeft bijvoorbeeld ook zijn handige buurman meegenomen naar de opvang, die nu regelmatig mensen helpt met het repareren van hun fiets.
Daniel is niet de enige die terugkomt om zelf iets bij te dragen. Hamist doet haar werk ook vanuit eigen ervaringen: ‘Ik weet wat mensen nodig hebben, omdat ik zelf jarenlang in een azc heb gewoond. Welkom in Utrecht heeft toen veel voor mij betekend en nu kan ik andere mensen wat geven.
De namen van de bezoekers zijn om privacy redenen gefingeerd.